Opgraving van stoffelijk overschot of urne

Onder bepaalde voorwaarden kan de burgemeester van een Vlaamse gemeente de toestemming verlenen om een stoffelijk overschot of een asurne uit een graf te laten opgraven met de bedoeling te herbegraven op een andere locatie of, in geval van een stoffelijk overschot, te cremeren. Die toelating kan enkel om ernstige redenen of op gerechtelijk bevel. De gemeente kan zelf bepalen wat de ernstige redenen kunnen zijn.

Bedrag

De gemeenteraad bepaalt zelf de hoogte van de belasting op de opgraving.

Regelgeving

  • Besluit van de Vlaamse Regering van 2 december 2005 tot wijziging van het besluit van 14 mei 2004 tot organisatie, inrichting en beheer van begraafplaatsen en crematoria (B.S. 11 januari 2006)
  • Omzendbrief BA-2006/03 betreffende de toepassing van het decreet van 16 januari 2004 op de begraafplaatsen en de lijkbezorging en de uitvoeringsbesluiten (B.S. 07 april 2006)

De nabestaanden moeten de aanvraag tot opgraving schriftelijk richten aan de burgemeester.

Onverminderd het recht van de burgemeester om in de toelating bijzondere voorwaarden op te leggen, moeten steeds de volgende voorwaarden worden nageleefd:

  1. De dag en het uur, waarop de opgraving zal gebeuren, worden in overleg met de stad Landen vastgesteld.
  2. Het grafteken, de beplantingen en alle andere voorwerpen, die het openleggen van het graf kunnen bemoeilijken of beletten, moeten verwijderd worden vooraleer tot de opgraving wordt overgegaan.
  3. Het verwijderen van de grafsteen door de familie of door hun aangestelde gebeurt ten laatste twee dagen voor de ontgraving.
  4. Het openleggen van het graf, het openen van de grafkelder, het lichten van de kist uit het graf en het vullen van de kuil wordt door de stad Landen gedaan.