Huishoudelijk reglement

Algemene bepalingen

Artikel 1
Degene die voor de uitvaartplechtigheid instaan regelen met het stadsbestuur de formaliteiten betreffende de uitvaart. Bij ontstentenis daarvan, wordt door het stadsbestuur het nodige gedaan. De administratie betreffende de begraafplaatsen wordt waargenomen door de aangestelde van de dienst "Burgerzaken", dit wil zeggen dat alleen deze dienst bevoegd is voor alle betrekkingen met:
- particulieren";
- begrafenisondernemers";;
- ondernemers in grafmonumenten.

Artikel 2
De stad Landen beschikt over 14 begraafplaatsen:
Landen
Rumsdorp
Attenhoven
Neerlanden
Walshoutem
Waasmont
Wezeren
Walsbets
Neerwinden
Overwinden
Laar
Wange
Eliksem
Ezemaal

Artikel 3
In volle niet-geconcedeerde grond van de nieuwe begraafplaats van Landen, Attenhoven, Neerwinden, Walshoutem en Waasmont, heeft iedere teraardebestelling plaats in een afzonderlijk graf. De burgemeester mag echter toelaten de lijken van de moeder en van het doodgeboren kind in een zelfde graf te plaatsen. Op de andere begraafplaatsen in zommige deelgemeenten kunnen om redenen van plaatsgebrek twee familieleden in één graf begraven worden op voorwaarde dat de eerste begraving gebeurde op een minimumdiepte van 2m.

Artikel 3bis
Bij keuze van begraving, bijzetting van een nis in het columbarium of begraving van de urne op het urnenveld kan men desgewenst kiezen voor een concessie. Deze keuze is echter definitief en kan niet meer herroepen worden.

Artikel 4
De graven en grafmonumenten, opgenomen op de lijst van graven met lokaal historisch belang worden onderhouden door de stad overeenkomstig de voorschriften van artikel 26§2 van het decreet (toelichting: het besluit van de Vlaamse regering van 14 mei 2004 bevat een aantal voorschriften omtrent de opmaak van deze lijst).

Artikel 5
Het stadspersoneel is belast met het onderhoud van:
- alle kerkhofwegen, grafperken en beplantingen (behoudens de onderhoudsverplichtingen opgelegd aan de aannemers bij aanleg van nieuwe begraafplaatsen)
- de gewone graven, met uitzondering van de graftekens
- de ereperken, zoals bepaald in deel V
Het stadspersoneel doet toezicht op het onderhouden van de grafkelders.

Artikel 6
Het vervoer van aan het funararium tot aan de begraafplaats mag slechts onderbroken worden voor het volbrengen van godsdienstige plechtigheden, tenzij uitzonderingen door de burgemeester toegelaten.

Artikel 7
Tijdens de periode van 1 oktober tot en met 31 maart worden geen begravingen of bijzettingen gedaan na 17.00 uur.

Wachtkelder

Artikel 8
Op de begraafplaats van Landen-centrum (Rumsdorpsstraat) wordt een wachtkelder ter beschikking gesteld van de families voor het voorlopig bijzetten van lijken of asurnen die:
- in de familiekelders moeten geplaatst worden ;
- later naar een andere gemeente of naar het buitenland moeten gevoerd worden.

Artikel 9
De lijken mogen niet langer dan drie maand in de wachtkelder blijven behoudens een bijzondere machtiging afgegeven door de burgemeester om buitengewone redenen. Indien na het verstrijken van de termijn, de families geen schikkingen getroffen hebben voor de definitieve teraardebestelling wordt het lichaam of de asurn ambtshalve begraven op kosten van de familie.

Artikel 10
Ingeval het omhulsel van de in de wachtkelder bijgezette lichamen niet meer waterdicht is, zal de familie worden uitgenodigd de nodige maatregelen te treffen. Bij gebrek zich binnen de 48 uren te schikken naar de daartoe door het bestuur gegeven bevelen, zal het lijk amtshalve begraven worden, op kosten van de familie.

Hernieuwing van de graven

Artikel 11
De graven worden slechts opnieuw gebruikt na een minimum periode van vijftien jaar. Graven van oud-strijders, die voldoen aan de bepalingen van artikel 38 van dit reglement moet behouden blijven en komen niet in aanmerking voor wederinname.

Artikel 12
Bij terug ingebruikname van graven worden de overblijfselen, met de nodige eerbied verzameld om in een gemeenschappelijk graf te worden bijgezet.

Artikel 13
Een graf mag enkel worden verwijderd nadat gedurende een jaar een afschrift van de beslissing tot verwijdering, zowel bij het graf als aan de ingang van de begraafplaats, werd uitgehangen. Deze periode zal verlengd worden indien de eerste en tweede november niet in deze periode vallen. Binnen dezelfde termijn moeten de graftekens worden verwijderd.
Bij het verstrijken van de termijn of van de toegestane verlenging ervan, worden de materialen eigendom van de stad.

Artikel 14
De as van het verbrande lijk, begraven op het urnenveld of op de plaats van de gewone begravingen of in een niet-geconcedeerde plaats van het columbarium kan na een termijn van vijftien jaar en bij niet aankoop van een concessie worden uitgestrooid op de daartoe voorziene uitstrooiweide.

Concessies

Artikel 15
De begraving van een stoffelijk overschot, de begraving van een asurn en de bijzetting van een asurn in een columbarium kunnen het voorwerp uitmaken van een concessie.

Artikel 16
Eenzelfde concessie kan dienen voor de aanvrager, zijn echtgenoot, zijn bloed- of aanverwanten, evenals voor allen daartoe aangewezen door de concessiehouder en die daartoe bij de stedelijke overheid hun wil te kennen hebben gegeven. Wanneer iemand overlijdt terwijl hij op dat ogenblik een feitelijk gezin vormde, kan de overledene een concessie aanvragen. Een concessieaanvraag mag worden ingediend ten behoeve van een derde en van diens familie.

Artikel 17
Het verlenen van een concessie door het stadsbestuur houdt geen verhuring noch een verkoop in. Er mag aan de concessie nooit een andere bestemming worden gegeven dan die waarvoor ze werd verleend. De concessies zijn onoverdraagbaar.

Artikel 18
De concessies worden uitsluitend verleend voor 25 jaar, op de daartoe voorziene panden of nissen van het columbarium. De vergunningen worden enkel toegestaan op de plaatsen daarvoor aangewezen op de begraafplaatsen volgens de goedgekeurde plannen.
Uitzonderlijk kunnen op de begraafplaatsen van Neerlanden, Rumsdorp, Eliksem, Wezeren, Wange, Overwinden en Laar vergunningen verleend worden op plaatsen bestemd voor de niet-vergunde gronden.
De termijn neemt een aanvang op de datum van afgifte van de concessie.

Artikel 19
De concessies worden aangevraagd aan het college van burgemeester en schepenen dat belast wordt met het afgeven van de vergunningen.
De concessies worden verleend onder de in dit reglement, het politiereglement en het retributiereglement bepaalde voorwaarden, zoals deze gesteld zijn op het ogenblik van de concessieaanvraag.

Artikel 20
Voor de gesloten nissen in het columbarium kunnen concessies worden verleend voor maximaal twee urnen per nis.
In een geconcedeerd graf op het urnenverld kunnen maximum twee urnen worden begraven.

Artikel 21
In een concessie in volle grond kunnen per graf maximaal begraven worden:
- 2 kisten en vier urnen of
- 8 urnen
In een concessie met bak kunnen per graf maximaal begraven worden:
- 2 kisten of
- 1 kist en 4 urnen of
- 8 urnen.
Er kan eveneens een concessie verleend worden voor een groter perceel grond of een kelder, bestemd voor meerdere kisten en/of urnen, volgens de plaatselijke mogelijkheden van de panden.
Na verloop van de concessie of de verlenging ervan worden deze bakken of kelders eigendom van de stad.

Artikel 22
De concessies kunnen op aanvraag hernieuwd worden. Minstens een jaar voor het verstrijken van de (hernieuwde) concessies maakt de burgemeester of zijn gemachtigde een akte op waarin wordt gesteld dat een aanvraag om hernieuwing moet worden ingediend wil men de concessie hernieuwen. Een afschrift van die akte wordt een jaar lang zowel bij het graf als aan de ingang van de begraafplaats aangeplakt.

Artikel 23
De concessiehernieuwingen worden toegestaan door het college van burgemeester en schepenen. De voorwaarden worden vastgesteld in dit reglement, het politiereglement en het retributiereglement, die gelden op het ogenblik van de aanvraag tot hernieuwing.
De beslissing waarbij de concessiehernieuwing wordt verleend, vermeldt deze voorwaarden.

Artikel 24
De hernieuwingen kunnen enkel geweigerd worden indien blijkt dat op het moment van de aanvraag de concessie verwaarloosd is.

Artikel 25
HERNIEUWING TIJDELIJKE CONCESSIES
a. Hernieuwing met bijzetting
Naar aanleiding van elke nieuwe bijzetting in de concessie kan door iedere belanghebbende een hernieuwing worden aangevraagd. Bij elke aanvraag begint een nieuwe termijn van dezelfde duur als de oorspronkelijke concessie, met een maximum van 25 jaar.
Het bedrag van hernieuwing van een concessie met bijzetting wordt berekend volgens de hierna vermelde formule:
R = (P x BT) / OT, waarbij
R = de retributie
P = de prijs
BT= de bijkomende termijn
OT = de oorspronkeleijke termijn
Indien er van de mogelijkheid tot hernieuwing van de concessie bij een bijzetting geen gebruik wordt gemaakt én indien de laatste begraving in de concessie zich voordoet minder dan vijftien jaar voor het verstrijken van de concessie, dan moet het graf gedurende een termijn van vijftien jaar behouden blijven, vanaf de datum van het overlijden.
b. Hernieuwing zonder bijzetting
Iedere belanghebbende kan voor het verstrijken van de concessietermijn een hernieuwing aanvragen. Bij elke nieuwe aanvraag begint een nieuwe termijn van dezelfde duur als de oorspronkelijke concessie, met een maximum van 25 jaar.
Deze hernieuwing wordt toegestaan tegen de prijs en voorwaarden die gelden op het ogenblik van de aanvraag.
HERNIEUWING EEUWIGDURENDE CONCESSIES
De eeuwigdurende concessies kunnen, zonder vergoeding, verlengd worden telkens na 50 jaar. Elke bijzetting in een eeuwigdurende concessie is gratis.

Artikel 26
Bij wijze van overgangsmaatregel worden de tijdelijke grondconcessies of de hernieuwingen ervan toegestaan op de begraafplaats van Landen-centrum (oud en nieuw) voor een duur van 15 jaar, ambtshalve verlengd tot 25 jaar.
Deze verlenging geeft geen aanleiding tot het betalen van een bijkomende retributie vanwege de concessiehouder.

Artikel 27
Indien geen aanvraag om hernieuwing werd ingediend voor het vervallen van de concessie, vervalt de concessie. Een aanvraag tot hernieuwing van de concessie kan niet meer ingediend worden na het verstrijken van de termijn van de oorspronkelijke concessie of de hernieuwingen ervan. Tevens is er geen enkele nieuwe teraardebestelling toegestaan na het verstrijken van die termijn.

Artikel 28
De prijs van de concessie moet bij voorbaat en ineens betaald worden alvorens van deze laatste gebruik mag gemaakt worden.

Artikel 29
Door het aanvragen van een concessie verbindt de aanzoeker of zijn rechthebbende zich te schikken, naar de bepalingen van het onderhavig reglement en eveneens naar het algemeen politiereglement, doch ook naar wijzigingen die zouden kunnen aangebracht worden.

Artikel 30
De concessie zal steeds in behoorlijke staat onderhouden worden. Mochten de concessiehouders aan deze verplichting tekort komen, zal het stadsbestuur deze plaats kunnen doen opruimen overeenkomstig het artikel 7.7.1. van het algemeen politiereglement. De belanghebbenden zullen in dit geval, zonder enige schadevergoeding, aangezien worden als vervallen van hun rechten op de vergunde grond.

Artikel 31
De omtrek van de geconcedeerde graven wordt ter plaatse aangeduid door de opzichter van de begraafplaats. De concessies blijven onderworpen aan het toezicht en het gezag van de burgemeester.

Artikel 32
In geval van terugneming van een geconcedeerd perceel of van een geconcedeerde nis, wegens openbaar belang of dienstnoodwendigheden hebben de concessiehouders recht op het verkrijgen van een perceel van dezelfde oppervlakte of een nis van dezelfde grootte, op dezelfde of op een andere begraafplaats in de stad.
De kosten van overbrenging van de stoffelijke overschotten en van de graftekens of eventueel een vervangende grafkelder, zijn ten laste van de stad of het intergemeentelijke samenwerkingsverband.

Artikel 33
Ingeval van wijziging van de bestemming van de begraafplaats (sluiting van de begraafplaats) kan de concessiehouder geen aanspraak maken op enige vergoeding. Hij heeft het recht op het kosteloos bekomen van een grafruimte of een nis van dezelfde oppervlakte op de nieuwe begraafplaats.
De kosten voor de overbrenging van de lichamen zijn ten laste van het stadsbestuur. De kosten voor de overbrenging van de grafmonumenten evenals de kosten van een vervangende grafkelder zijn ten laste van de aanvrager.

Artikel 34
De definitieve teraardebestelling in een andere gemeente van het lijk van een persoon waarvoor een concessie werd verleend, brengt van rechtswege het verval mee van de vergunde rechten zowel voor de grond als voor de kelder, zonder terugbetaling van de door de concessiehouder gestorte fondsen. Het eventueel opgerichte monument moet binnen de drie maand na de definitieve teraardebestelling verwijderd worden, zoniet zullen de materialen die er van voortkomen aan de stad toebehoren. Wanneer een concessie om welke reden ook een einde neemt, worden de niet weggenomen graftekens en de nog bestaand ondergrondse constructies, na het verstrijken van de door het college van burgemeester en schepenen vastgestelde termijn, eigendom van de stad.

Artikel 35
Het recht de grafkelders te laten openen behoort toe aan de burgemeester. De grafkelders mogen enkel geopend worden in het belang van de dienst der begrafenissen, behoudens afwijking door de burgemeester te verlenen. Uitgenomen ingeval van teraardebestelling, zullen deze verplichtingen uitgevoerd worden na de vergunninghouder te hebben uitgenodigd persoonlijk aanwezig te zijn of zich te laten vertegenwoordigen door een afgevaardigde en in het bijzijn van de opzichter van de begraafplaats. Onmiddellijk na de teraardebestelling zal, naar het geval, de grafkelder dicht gemetst of bevloerd worden op kosten van de belanghebbenden.



Ereperken

Artikel 36
Op de begraafplaatsen waar zulks mogelijk is wordt een ereperk aangelegd waarop kunnen begraven worden:
- Belgische oud-strijders uit de wereldoorlogen 1914-1918 en 1940-1945
- eerbiedwaardige patriotten uit beide wereldoorlogen.
Op de begraafplaatsen waar wegens plaatsgebrek geen ereperk kan aangelegd worden, zal een symbolisch ereperk worden opgericht.

Artikel 37
Om op het "Ereperk" begraven te worden moet op de dag van het overlijden bewezen worden dat de overledene:
a) oud-strijder was:
Het bewijs hiervan wordt geleverd door de "Kaart met opgave der oorlogsdiensten voor strijders 1940-1945" afgeleverd ingevolge art. K derde lid van het koninklijk besluit van 12 februari 1959 of bij ontstentenis door de "Kaart van Krijgsgevangeneé afgeleverd in toepassing van art. 4 van de wet van 18 augustus 1947, of bij ontstentenis door het "dotatieboekje".
b) houder was van de "Kaart van politieke gevangene van de oorlog 1940-1945"
c) oorlogsinvalide was:
Het bewijs wordt geleverd door het proces-verbaal van de commissie die uitspraak heeft gedaan over de rechten op pensioen of door een attest afkomstig van de administratie der militaire pensioenen waarbij de graad van invaliditeit is bepaald.
Een minimum van 10% invaliditeit is vereist.
d) inlichting- en actieagent was:
Het bewijs hiervan wordt geleverd door het koninklijk of ministerieel besluit waarbij belanghebbende aangeduid werd als agent of als helper van de inlichting - en actiediensten zoals vermeld in artikel 7 van de besluitwet van 16 februari 1946 ter aanvulling en vervanging van de besluitwet van 01 september 1944 betreffende de inlichting - en actieagenten.
e) weerstander was:
Het bewijs hiervan wordt geleverd door de beslissing van de controlecommissie of van de controlecommissie van beroep, afgeleverd in toepassing van de artikels 14 en 18 van de wet van 01 september 1948. Het bewijs kan ook geleverd worden door de kaart van weerstander door de sluikpers, afgeleverd in toepassing van het ministerieel besluit van 05 juli 1950. Het bewijs kan ook geleverd worden door een afschrift van de "Kaart met Opgave der Oorlogsdiensten voor strijder 40/45", afgeleverd ingevolge artikel 1, derde lid van het koninklijk besluit van 12 februari 1959 aan de inlichting - en actieagenten die in België erkend worden voor een periode tussen 09 mei 1940 en 09 mei 1945. Een minimum erkende dienst van 6 maanden is vereist.
f) militair was tijdens de oorlog 1940-1945 in de Belgische Strijdkrachten in Groot-Brittanië en gediend heeft in of deel uitmaakte van het Bevrijdingsleger.
Het bewijs hiervan wordt geleverd door het "dotatieboekje" geopend in uitvoering van de wet van 21 juni 1960, houdende statuut van de militairen die tijdens de oorlog 1940-1945 in de Belgische strijdkrachten in Groot-Brittannië gediend hebben.
Het bewijs hiervan kan eveneens geleverd worden door voorlegging van de beslissing van de minister van Landsverdediging ten overstaan van de aanvragen ingediend ingevolge de wet van 21 juni 1960.
g) gedeporteerde was:
Het bewijs hiervan wordt geleverd door de "kaart van gedeporteerde", die werd overhandigd overeenkomstig de wet van 07 juli 1953 houdende inrichting van het statuut der gedeporteerden tot de verplichte tewerkstelling van de oorlog 1940-1945 en intrekking van de besluitwet van 24 december 1946.
h) in aanmerking komt op basis van schriftelijke verklaringen van getuigen
i) gesneuveld is tijdens een vredesmissie: Het bewijs hiervan wordt geleverd door een verklaring van de legeroversten of de federale overheidsdienst Defensie.
Artikel 38
Het bijleggen op het "Ereperk" omvat:
- het gratis begraven op het Ereperk
- het gratis plaatsen van een grafsteen
- het gratis aanbrengen hierop van een metalen driekleurig plaatje
- het gratis aanbrengen op de grafsteen van een kruis of een vrijheidsteken, zoals gewenst
- het gratis onderhoud van de rustplaats.

Artikel 39
Voor de rechthebbenden vermeld onder artikel 37 wordt kosteloos een driekleurig plaatje op de grafsteen geplaatst, indien zij niet kunnen of wensen bijgelegd te worden op het Ereperk.


Gedenktekens en afdekplaten

Artikel 40
De grafkelder, graftekens of boordstenen moeten geplaatst worden op de lijnrichting en het waterpas aangeduid door de opzichter van de begraafplaats. Voor het plaatsen van een grafteken moeten de bepalingen van artikel 7.6.1., artikel 7.6.2., artikel 7.6.3., artikel 7.6.4. en artikel 7.6.5. van het algemeen politiereglement nageleefd worden. Op geconcedeerde percelen moet gedurende de hele duur van de concessie een grafteken behouden blijven.

Artikel 41
Het is niet toegelaten grafstenen of andere gedenktekens te plaatsen die door hun vorm, hun afmetingen, hun opschriften of aard van de materialen, de reinheid, gezondheid, veiligheid en rust op het kerkhof kunnen verstoren.

De grafstenen moeten volgende afmetingen hebben:
- in de lengte: 2m
- in de breedte: 1 m
De hoogte ervan mag 1 m niet overschrijden.

De grafstenen op het urnenveld moeten volgende afmetingen hebben:
- in de lengte: 0,50 m
- in de breedte: 0,50 m
De hoogte ervan mag de 0,50 m niet overschrijden.
Het graf van een urnenveld heeft een afmeting van 0,50 m lengte en 0,50 m breedte. De afstand tussen 2 graven op het urnenveld bedraagt 10 cm.

Kindergraven: De afmetingen van de grafstenen en gedenktekens op de begraafplaatsen op het hele grondgebied van Landen, zijn vrij naar keuze, echter met een absoluut maximum van 1,20 m lengte, 0,70 m breedte en 1 m hoogte.
De aanplantingen mogen een hoogte van 50 cm niet overschrijden.
Een verharding van 10 cm breedte gelijkliggend met het maaiveld moet als afboording rond een grafsteen of gedenkteken worden aangebracht.

Artikel 42
De maximale afmetingen van een urne zijn
hoogte: 30 cm
breedte: 20 cm onderaan
breedste deel: 25 cm
Nadat de asurn in de nis is geplaatst wordt deze laatste door de zorgen van de stad afgesloten. Op de afdekplaat wordt een naamplaat bevestigd die dient te voldoen aan volgende voorschriften:
- vermeldingen: naam, voornaam, geboorte - en sterftejaar van de overledene en eventueel een gedenkteken of symbool van de filosofische overtuiging van de overledenen.
- materiaal: geanodiseerd aluminium
- afmetingen: hoogte 6 cm, lengte 10 cm, dikte 0,2 cm. (1 persoon)
hoogte 8 cm, lengte 10 cm ; dikte 0,2 cm (2 personen)

Mag eveneens worden aangebracht:
- een foto van ovale vorm met als verplichte afmetingen: 5 cm hoogte, 4 cm breedte en 0,2 cm dikte ;;
- in geval van een Belgische oud-strijder of eerbiedwaardige patriot of een gesneuvelde tijdens een vredesmissie , een metalen driekleurig plaatje dat afgeleverd wordt door het stadsbestuur.

Overgangsregeling

Artikel 43
Het is toegelaten op de graven en concessies gelegen tussen een rij gedenktekens die geplaatst werden overeenkomstig de vroegere reglementeringen, soortgelijke gedenktekens te plaatsen mits toepassing van de in deze vroegere reglementeringen opgenomen afmetingen.

Slotbepalingen

Artikel 44
Alle gevallen, niet bepaald in het huidig reglement, worden geregeld door het college van burgemeester en schepenen.

Stadhuis - Stationsstraat 29 - 3400 Landen - T 011 88 03 00 - F 011 88 64 35 -