Concessies
Artikel 15
De begraving van een stoffelijk overschot, de begraving van een asurn en de bijzetting van een asurn in een columbarium kunnen het voorwerp uitmaken van een concessie.
Artikel 16
Eenzelfde concessie kan dienen voor de aanvrager, zijn echtgenoot, zijn bloed- of aanverwanten, evenals voor allen daartoe aangewezen door de concessiehouder en die daartoe bij de stedelijke overheid hun wil te kennen hebben gegeven. Wanneer iemand overlijdt terwijl hij op dat ogenblik een feitelijk gezin vormde, kan de overledene een concessie aanvragen. Een concessieaanvraag mag worden ingediend ten behoeve van een derde en van diens familie.
Artikel 17
Het verlenen van een concessie door het stadsbestuur houdt geen verhuring noch een verkoop in. Er mag aan de concessie nooit een andere bestemming worden gegeven dan die waarvoor ze werd verleend. De concessies zijn onoverdraagbaar.
Artikel 18
De concessies worden uitsluitend verleend voor 25 jaar, op de daartoe voorziene panden of nissen van het columbarium. De vergunningen worden enkel toegestaan op de plaatsen daarvoor aangewezen op de begraafplaatsen volgens de goedgekeurde plannen.
Uitzonderlijk kunnen op de begraafplaatsen van Neerlanden, Rumsdorp, Eliksem, Wezeren, Wange, Overwinden en Laar vergunningen verleend worden op plaatsen bestemd voor de niet-vergunde gronden.
De termijn neemt een aanvang op de datum van afgifte van de concessie.
Artikel 19
De concessies worden aangevraagd aan het college van burgemeester en schepenen dat belast wordt met het afgeven van de vergunningen.
De concessies worden verleend onder de in dit reglement, het politiereglement en het retributiereglement bepaalde voorwaarden, zoals deze gesteld zijn op het ogenblik van de concessieaanvraag.
Artikel 20
Voor de gesloten nissen in het columbarium kunnen concessies worden verleend voor maximaal twee urnen per nis.
In een geconcedeerd graf op het urnenverld kunnen maximum twee urnen worden begraven.
Artikel 21
In een concessie in volle grond kunnen per graf maximaal begraven worden:
- 2 kisten en vier urnen of
- 8 urnen
In een concessie met bak kunnen per graf maximaal begraven worden:
- 2 kisten of
- 1 kist en 4 urnen of
- 8 urnen.
Er kan eveneens een concessie verleend worden voor een groter perceel grond of een kelder, bestemd voor meerdere kisten en/of urnen, volgens de plaatselijke mogelijkheden van de panden.
Na verloop van de concessie of de verlenging ervan worden deze bakken of kelders eigendom van de stad.
Artikel 22
De concessies kunnen op aanvraag hernieuwd worden. Minstens een jaar voor het verstrijken van de (hernieuwde) concessies maakt de burgemeester of zijn gemachtigde een akte op waarin wordt gesteld dat een aanvraag om hernieuwing moet worden ingediend wil men de concessie hernieuwen. Een afschrift van die akte wordt een jaar lang zowel bij het graf als aan de ingang van de begraafplaats aangeplakt.
Artikel 23
De concessiehernieuwingen worden toegestaan door het college van burgemeester en schepenen. De voorwaarden worden vastgesteld in dit reglement, het politiereglement en het retributiereglement, die gelden op het ogenblik van de aanvraag tot hernieuwing.
De beslissing waarbij de concessiehernieuwing wordt verleend, vermeldt deze voorwaarden.
Artikel 24
De hernieuwingen kunnen enkel geweigerd worden indien blijkt dat op het moment van de aanvraag de concessie verwaarloosd is.
Artikel 25
HERNIEUWING TIJDELIJKE CONCESSIES
a. Hernieuwing met bijzetting
Naar aanleiding van elke nieuwe bijzetting in de concessie kan door iedere belanghebbende een hernieuwing worden aangevraagd. Bij elke aanvraag begint een nieuwe termijn van dezelfde duur als de oorspronkelijke concessie, met een maximum van 25 jaar.
Het bedrag van hernieuwing van een concessie met bijzetting wordt berekend volgens de hierna vermelde formule:
R = (P x BT) / OT, waarbij
R = de retributie
P = de prijs
BT= de bijkomende termijn
OT = de oorspronkeleijke termijn
Indien er van de mogelijkheid tot hernieuwing van de concessie bij een bijzetting geen gebruik wordt gemaakt én indien de laatste begraving in de concessie zich voordoet minder dan vijftien jaar voor het verstrijken van de concessie, dan moet het graf gedurende een termijn van vijftien jaar behouden blijven, vanaf de datum van het overlijden.
b. Hernieuwing zonder bijzetting
Iedere belanghebbende kan voor het verstrijken van de concessietermijn een hernieuwing aanvragen. Bij elke nieuwe aanvraag begint een nieuwe termijn van dezelfde duur als de oorspronkelijke concessie, met een maximum van 25 jaar.
Deze hernieuwing wordt toegestaan tegen de prijs en voorwaarden die gelden op het ogenblik van de aanvraag.
HERNIEUWING EEUWIGDURENDE CONCESSIES
De eeuwigdurende concessies kunnen, zonder vergoeding, verlengd worden telkens na 50 jaar. Elke bijzetting in een eeuwigdurende concessie is gratis.
Artikel 26
Bij wijze van overgangsmaatregel worden de tijdelijke grondconcessies of de hernieuwingen ervan toegestaan op de begraafplaats van Landen-centrum (oud en nieuw) voor een duur van 15 jaar, ambtshalve verlengd tot 25 jaar.
Deze verlenging geeft geen aanleiding tot het betalen van een bijkomende retributie vanwege de concessiehouder.
Artikel 27
Indien geen aanvraag om hernieuwing werd ingediend voor het vervallen van de concessie, vervalt de concessie. Een aanvraag tot hernieuwing van de concessie kan niet meer ingediend worden na het verstrijken van de termijn van de oorspronkelijke concessie of de hernieuwingen ervan. Tevens is er geen enkele nieuwe teraardebestelling toegestaan na het verstrijken van die termijn.
Artikel 28
De prijs van de concessie moet bij voorbaat en ineens betaald worden alvorens van deze laatste gebruik mag gemaakt worden.
Artikel 29
Door het aanvragen van een concessie verbindt de aanzoeker of zijn rechthebbende zich te schikken, naar de bepalingen van het onderhavig reglement en eveneens naar het algemeen politiereglement, doch ook naar wijzigingen die zouden kunnen aangebracht worden.
Artikel 30
De concessie zal steeds in behoorlijke staat onderhouden worden. Mochten de concessiehouders aan deze verplichting tekort komen, zal het stadsbestuur deze plaats kunnen doen opruimen overeenkomstig het artikel 7.7.1. van het algemeen politiereglement. De belanghebbenden zullen in dit geval, zonder enige schadevergoeding, aangezien worden als vervallen van hun rechten op de vergunde grond.
Artikel 31
De omtrek van de geconcedeerde graven wordt ter plaatse aangeduid door de opzichter van de begraafplaats. De concessies blijven onderworpen aan het toezicht en het gezag van de burgemeester.
Artikel 32
In geval van terugneming van een geconcedeerd perceel of van een geconcedeerde nis, wegens openbaar belang of dienstnoodwendigheden hebben de concessiehouders recht op het verkrijgen van een perceel van dezelfde oppervlakte of een nis van dezelfde grootte, op dezelfde of op een andere begraafplaats in de stad.
De kosten van overbrenging van de stoffelijke overschotten en van de graftekens of eventueel een vervangende grafkelder, zijn ten laste van de stad of het intergemeentelijke samenwerkingsverband.
Artikel 33
Ingeval van wijziging van de bestemming van de begraafplaats (sluiting van de begraafplaats) kan de concessiehouder geen aanspraak maken op enige vergoeding. Hij heeft het recht op het kosteloos bekomen van een grafruimte of een nis van dezelfde oppervlakte op de nieuwe begraafplaats.
De kosten voor de overbrenging van de lichamen zijn ten laste van het stadsbestuur. De kosten voor de overbrenging van de grafmonumenten evenals de kosten van een vervangende grafkelder zijn ten laste van de aanvrager.
Artikel 34
De definitieve teraardebestelling in een andere gemeente van het lijk van een persoon waarvoor een concessie werd verleend, brengt van rechtswege het verval mee van de vergunde rechten zowel voor de grond als voor de kelder, zonder terugbetaling van de door de concessiehouder gestorte fondsen. Het eventueel opgerichte monument moet binnen de drie maand na de definitieve teraardebestelling verwijderd worden, zoniet zullen de materialen die er van voortkomen aan de stad toebehoren. Wanneer een concessie om welke reden ook een einde neemt, worden de niet weggenomen graftekens en de nog bestaand ondergrondse constructies, na het verstrijken van de door het college van burgemeester en schepenen vastgestelde termijn, eigendom van de stad.
Artikel 35
Het recht de grafkelders te laten openen behoort toe aan de burgemeester. De grafkelders mogen enkel geopend worden in het belang van de dienst der begrafenissen, behoudens afwijking door de burgemeester te verlenen. Uitgenomen ingeval van teraardebestelling, zullen deze verplichtingen uitgevoerd worden na de vergunninghouder te hebben uitgenodigd persoonlijk aanwezig te zijn of zich te laten vertegenwoordigen door een afgevaardigde en in het bijzijn van de opzichter van de begraafplaats. Onmiddellijk na de teraardebestelling zal, naar het geval, de grafkelder dicht gemetst of bevloerd worden op kosten van de belanghebbenden.