Crematie, columbarium, asverstrooiing
Art. 7.4.1.
Voor crematie is een toestemming vereist van de ambtenaar van de burgerlijke stand waar het overlijden werd vastgesteld, indien dat overlijden in een gemeente van het Vlaamse Gewest heeft plaatsgehad.
Ingeval van overlijden buiten een gemeente van het Vlaamse gewest is een verlof tot crematie vereist van de procureur des Konings van het arrondissement van de plaats waar zich ofwel het crematorium ofwel de hoofdverblijfplaats van de overledene bevindt.
Art. 7.4.2.
§ 1. De as van gecremeerde lijken kan in urnen worden geplaatst die op de begraafplaats worden begraven of in een columbarium worden bijgezet.
De as van gecremeerde lijken kan op een van de volgende plaatsen worden uitgestrooid :
1° op een daartoe bestemd perceel van de begraafplaats°;
2° op de aan het grondgebied van België grenzende territoriale zee onder de voorwaarden die de Vlaamse regering bepaalt.
De as van de overledene wordt met respect en eerbied behandeld en kan geen voorwerp uitmaken van een commerciële activiteit, met uitzondering van die activiteiten die verband houden met het uitstrooien of begraven van de as of met het overbrengen ervan naar de plaats waar de as bewaard zal worden.
Indien de overledene dit schriftelijk heeft bepaald of, bij gebrek aan schriftelijke bepaling door de overledene, op gezamenlijk schriftelijk verzoek, vooraleer de crematie plaatsvindt, van zowel de echtgenoot of van diegene met wie de overledene een feitelijk gezin vormde als van alle bloed- of aanverwanten van de eerste graad of, indien het om een minderjarige gaat, op verzoek van de ouders of voogd, kan de as van gecremeerde lijken :
1° worden uitgestrooid op een andere plaats dan de begraafplaats. Deze uitstrooiing kan evenwel niet gebeuren op het openbaar domein, uitgezonderd de begraafplaats bedoeld in het eerste lid en het tweede lid. Indien het een terrein betreft dat niet in eigendom is van de overledene of zijn nabestaanden, is een voorafgaande, schriftelijke toestemming van de eigenaar van het betrokken terrein vereist°;
2° worden begraven op een andere plaats dan de begraafplaats. Deze begraving kan evenwel niet gebeuren op het openbaar domein, uitgezonderd de begraafplaats bedoeld in het eerste en het tweede lid. Indien het een terrein betreft dat niet in eigendom is van de overledene of zijn nabestaanden, is een voorafgaande, schriftelijke toestemming van de eigenaar van het betrokken terrein vereist°;
3° in een urne ter beschikking worden gesteld van de nabestaanden om te worden bewaard op een andere plaats dan de begraafplaats. Indien er een einde komt aan de bewaring van de as op een andere plaats dan de begraafplaats, wordt de as door toedoen van de nabestaande die er de zorg voor heeft of zijn erfgenamen in geval van diens overlijden, ofwel naar een begraafplaats gebracht om er begraven, in een columbarium bijgezet of uitgestrooid te worden, ofwel op de aan het grondgebied van België grenzende territoriale zee uitgestrooid te worden.
De persoon die de as in ontvangst neemt, is verantwoordelijk voor de naleving van deze bepalingen.
De Vlaamse regering kan nadere voorwaarden bepalen waaraan de in het vierde lid bedoelde bewaringen, begravingen of uitstrooiingen moeten voldoen.
§ 2. Onverminderd hetgeen is bepaald in § 1 kan, op verzoek van de echtgenoot en van de bloed- of aanverwanten in eerste graad, een gedeelte van de as van het gecremeerde lijk aan hen worden meegegeven.
Art. 7.4.3.
Onverminderd de naleving van de laatste wilsbeschikking inzake de wijze van lijkbezorging, overeenkomstig artikel 15 van het decreet kan een asurn op vraag van de nabestaanden en mits toestemming van de burgemeester, opgegraven worden om te worden uitgestrooid of om te worden bijgezet in een concessie.
Art. 7.4.4.
In het columbarium mag een nis maximaal twee urnen bevatten. De nadere bepalingen zijn opgenomen in het huishoudelijk reglement.
De heropening en de sluiting vóór en na de bijzetting in het columbarium mag enkel en uitsluitend gebeuren door de zorgen van de bevoegde aangestelde van het stadsbestuur.
De gedenktekens, die worden aangebracht op de afdekplaat moeten voldoen aan de bepalingen van het huishoudelijk reglement.
Het is onder geen enkel beding toegelaten andere of bijkomende herdenkingsplaten of naamplaten aan te brengen op de gesloten nissen.
Voor wat betreft het columbarium wordt tevens bepaald dat :
- het toegelaten is een gedenkteken of een bloemstuk (al dan niet natuurlijk) te bevestigen op de afdekplaat van de nis, voor zover dit voorwerp de afmetingen van de afdekplaat niet overschrijdt, noch enige hinder betekent voor de andere nissen. Het is verboden boven op het columbarium enig voorwerp te plaatsenó;
- kronen en andere bloemstukken geplaatst voor het columbarium in aantal beperkt worden tot één per gesloten nis of bijzetting, uitgezonderd tijdens de volgende perioden :
a) de periode die volgt op de bijzetting met een maximum duur van één maandé;
b) de periode rond Allerheiligen, zijnde van één week vóór tot twee weken na Allerheiligen.
De bloemstukken zullen desgevallend ambtshalve verwijderd worden.
Art. 7.4.5.
Uitstrooiing van de as op het daartoe bestemde perceel van de begraafplaats gebeurt door middel van een strooitoestel dat alleen door de gemeentelijke aangestelde mag worden bediend.
Bij een perceel bestemd voor de asverstrooiing wordt :
- door de gemeente een plaats voorzien waarop er per asverstrooiing een naamplaatje bevestigd wordt.
- een plaats voorbehouden voor het aanbrengen van gedenkenisvoorwerpen.
Op de asverstrooiingspercelen op de openbare begraafplaatsen mogen geen voorwerpen worden geplaatst (bloemen, kransen, herinneringsbeelden) die de normale groei van het gras belemmeren.
Art. 7.4.6.
Een graf op het urnenveld kan maximaal 2 urnen bevatten. De nadere bepalingen zijn onderworpen aan de reglementering opgenomen in het huishoudelijk reglement.